2/3

Aantrekkelijk

Hart van Brabant heeft een bovengemiddeld ecologisch kapitaal en wil dit koesteren vanwege de positieve effecten op de gezondheid, economie, het woon- en leefklimaat en onze veiligheid. Ons groene DNA maakt onze regio ook aantrekkelijk; het biedt inwoners en bezoekers een prettige leefomgeving. Natuurgebieden zoals de Loonse en Drunense Duinen en omliggend groen in de ruit Tilburg – Waalwijk – Oisterwijk, maar ook aan de zuidrand van de regio dragen daar sterk aan bij. De regio versterkt haar groene DNA via de verdere realisatie van het natuurnetwerk. Investeren in het natuurnetwerk is van groot belang om de regio op lange termijn leefbaar te houden voor planten, dieren en mensen. Concreet gaat het om restopgaven zoals hectares nieuwe natuur, ecologische verbindingszones, faunapassages, beekherstel en vispassages. Deze natuuropgaven zijn nadrukkelijk verweven in de integrale gebiedsopgaven in de regio en de regionale energie- en klimaatstrategie, waar ze belangrijke meerwaarde bieden voor de kwaliteit van deze gebieden. Regiobreed hebben we aandacht voor natuur(behoud), biodiversiteit in het water en op het land.

We gaan door met zoeken naar oplossingen voor leegstand in het stedelijke én in het buitengebied. Daarbij gaat onze speciale aandacht uit naar de herbestemming van onze vrijkomende agrarische bebouwingen. Dit doen we vanwege mogelijke criminaliteit/ ondermijning en de aantrekkelijkheid van het landschap. We spreken elkaar meer aan op de naleving van gemaakte afspraken in het kader van kwaliteitsverbeteringen landschap en onderzoeken of, en zo ja op welke wijze, ecologische maatregelen deel kunnen uitmaken van de landschapsverbeteringen. We voelen de urgentie om met klimaatadaptatie aan de slag te gaan en zien dat de aanpak daarvan sterk verweven is met andere agenda’s (landbouw, economie, natuur, verstedelijking). (Semi-)overheden haken verder aan bij de transitie in de agrarische sector en faciliteren de bijdrage die samen met alle betrokkenen (van agrariërs tot gemeente tot ZLTO en GGD) geleverd kan worden aan ons ecologisch kapitaal; van verminderen afname biodiversiteit tot het nemen van klimaatadaptieve maatregelen tot het bijdragen aan duurzame energieopwekking.

Vanuit kaders vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Brabantse Omgevingsvisie werken we aan opgaven op het gebied van klimaatverandering en energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied en een concurrerende, duurzame economie. Vanuit de regio leveren we input op de provinciale Omgevingsverordening en gaan we aan de slag met programma’s. Voor de op te stellen integrale omgevingsagenda (NOVI) (in Brabant) zal de regio een belangrijke bouwsteen kunnen aandragen. We realiseren ons dat de Omgevingsverordening van de provincie impact gaat hebben op en samenhang vertoont met andere regionale trajecten, waaronder de Regionale Energie- en Klimaatstrategie en de integrale gebiedsopgaven. We ontwikkelen een nieuwe manier van samenwerken met de provincie in de geest van de Omgevingswet. Duurzaam partnerschap en werken als één overheid vraagt ook ontkokering, ontschotting en samenwerking met ketenpartners. Een nieuwe rolopvatting dus.

 

Dirk Lips, directeur Libéma

“De meeste van onze bedrijven hebben een duurzaamheidslabel ‘green key gold’. We hopen dat we door de dingen die we doen onze klanten het goede voorbeeld geven.”

“Bedrijven kunnen van alles willen, maar overheden hebben we nodig om samenwerking in gang te zetten. De samenwerking loopt goed. Er is een hoge mate van vertrouwen. Ondernemers kennen elkaar en weten elkaar te benaderen.”

“We willen naar hoogwaardig, jaarrond toerisme en streven naar een verdubbeling in het aantal overnachtingen.”

“Onze ambities vergen groei in human capital. We kunnen veel doen in eigen opleidingen, maar willen wel graag meer dan nu met regulier onderwijs samenwerken.”

“Er valt veel te winnen in de koppeling van theorie en praktijk. Bijvoorbeeld door docenten uit het hoger onderwijs in onze Libéma academie een rol te geven.”

 

We werken verder vanuit het Regionaal Woonkader (2015) en het Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek (2018) om in samenhang met woningcorporaties, zorginstellingen en andere maatschappelijke organisaties de effectiviteit van het lokale woonbeleid te vergroten en de aantrekkelijkheid van de regio als geheel te vergroten. Voor de toekomst zetten we verder in op een passende huisvesting van arbeidsmigranten. En natuurlijk blijven ook regionale afspraken, onderzoeken en kennisuitwisseling op de agenda staan, op het terrein van afval, wonen, ruimte en landschap, vaak in samenwerking met provincie en waterschappen. Werken in gezamenlijkheid aan hoogwaardige werklocaties voor de toekomst waarin levensvatbare economische kansen samenvallen met landschappelijke kwaliteit en klimaatdoelstellingen (klimaatadaptief, energieneutraal en circulair). Iconen als Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen en de verbinding met Nationaal Landschap Het Groene Woud blijven doorgaan en worden uitgebreid met de ontwikkelingen van het Van Gogh Nationaal Park. Zo houden wij onze regio aantrekkelijk.

Meer lezen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bron:

Woningbehoefteonderzoek Hart van Brabant, Smart Agent, september 2014.

Bron:

Regionaal Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek Hart van Brabant, SpringCo, september 2018.